EEN BRUG NAAR DE ANDERE OEVER VAN DE ZUID WILLEMSVAART

Op 13 december organiseerden RUW en de BiEB een tegenlicht-bijeenkomst over een economie die niet alleen maar is gefixeerd op economische groei. Menselijk welzijn en ecologische draagkracht van de planeet moeten voorop staan. Dit naar aanleiding van het het boek de Donut Economie van Kate Raworth. Daar sprak ik onderstaande tekst uit.

Beste mensen,

Van de Bossche bibliotheek naar de andere kant van de Zuid Willemsvaart is hemelsbreed niet meer dan 100 meter. Een week geleden was ik aan de overkant, in een piepklein appartementje, als zwarte piet, samen met een aantal andere vrijwillige pieten, te gast. Want honderd meter hier vandaan leeft een gezin in armoede en uitzichtloosheid.

We bezochten die avond een tiental gezinnen om 25 Bossche kinderen een moment van vreugde te bezorgen. Gezinnen waarvan de ouders de drempel van schaamte overgestapt waren en ons hadden aangegeven dat ze afhankelijk waren van caritas – een gebaar van liefdadigheid- om hun kinderen een moment geluk te bezorgen in de vorm van een cadeautje van de goedheiligman.

De vaders en moeders van deze kinderen behoren tot het leger van werklozen, vluchtelingen, zieken én in toenemende mate harde werkers met kloterige baantjes waar het Sociaal Cultureel Planbureau in ‘de Sociale Staat van Nederland’ deze week over schreef dat voor hen het geluk de afgelopen jaren is afgenomen en dat voor hen de verschillen met hen die wel delen in het geluk gegroeid zijn. Deze groep is onthutsend groot. In onze stad leven 4000 kinderen in armoede. Een kwart van de inwoners van onze zwakke wijken – zoals de Hambaken, de Kruiskamp en de Gestelse Buurt – leeft onder of op het absolute bestaansminimum – ze leven gemiddeld zeven jaar korter dan inwoners die opgroeien in de binnenstad. Van de 77.000 mensen met een baan in ‘s-Hertogenbosch zijn er naar schatting 11.000 flexwerkers die niet in aanmerking komen voor basale werknemersrechten. En duizenden inwoners wachten op een huurwoning die er niet is of op een koopwoning die ze niet kunnen betalen. Dames en heren, het leven in het oog van de donut van Kate Raworth bestaat en bevindt zich honderd meter hiervandaan.

Duidelijk is dat het economische model van groei, groei en nog eens groei ook in onze stad twee groepen verliezers kent: de huidige achterblijvers én onze planeet en daarmee de toekomstige generaties. Psychologisch gezien gaat er echter iets mis. Normaliter verbroedert gemeenschappelijk slachtofferschap. De Eskimo-gemeenschap in de poolcircel die letterlijk de voorvaderen op het kerkhof ziet ontdooien terwijl Shell een paar kilometer verderop rustig doorboort en klimaatvluchtelingen uit Ethiopië en Malawi zitten in hetzelfde schuitje als de Bosschenaren die door een stapeling van flexwerk, woningnood en uitzichtloosheid niet meekomen. Ze zijn de collateral damage van achterhaald economisch denken. Maar juist deze laatste groep heeft maar weinig op met verduurzaming en het tegengaan van klimaatverandering. Sterker, het wordt juist door hen vaak ontkend en afgedaan als lariekoek van linnentasjesdragers. En eigenlijk is dat best begrijpelijk: wie geen vaste grond onder de voeten voelt kijkt met hele andere ogen naar het ecologische plafond. Geen dak zonder basis.

Ook aan de andere kant gaat het mis. Een deel van de elite -om dat verfoeide woord maar een te gebruiken- ziet in doorgeslagen flexwerk simpelweg een nieuwe economische realiteit waar we ons niet tegen moeten verzetten maar die we moeten omarmen. En ook in de Bossche gemeenteraad zijn er stemmen die er niet alleen trots op zijn dat we van alle grote steden in de top drie staan van de gemeenten met de laagste lasten, maar die zelfs vinden dat het streven moet zijn om op de eerste plek te staan. Een ongezonde focus op groei en lage lasten. Over de score op het lijstje kinderen in armoede, jaren wachttijd voor een woning of percentage werknemers zonder zekerheid hoor je hen niet. En ondertussen werkt een op de 12 medewerkers van de gemeente in een onzekere detacheringsconstructie. Tot voor kort inclusief de medewerkers van onze sociale wijkteams die de meest kwetsbare inwoners verder moeten helpen. Tot zover het goede voorbeeld van onze gemeente.

Er is breed in de samenleving sprake van tegengesteld denken, van vervreemding van elkanders zorgen en dromen. De vraag waarom een nieuwe economische ordening na de ergste economische crisis in honderd jaar, en terwijl we dagelijks gewezen worden op de gevolgen van klimaatverandering, nog niet tot stand komt wordt volgens mij beantwoord met de simpele constatering dat het ontbreekt aan een gedeelde en gezamenlijke missie. Een paradigma verschuift pas als we allen aan dezelfde kant van het touw trekken. Anders blijft het oude paradigma staan.

Het is de keerzijde van een samenleving die individualiseert en digitaliseert. In de facebook-bubble waar we allen bevestigd worden in ons eigen gelijk en slechts verkeren onder gelijkgestemden leven we in toenemende mate langs elkaar heen. We ontmoeten elkaar steeds minder en begrijpen elkaar steeds slechter. Maar juist voor maatschappelijke verandering is eensgezindheid nodig. En die lijkt soms verder weg dan ooit. SCP-directeur Kim Putters werd gevraagd aan te geven op een schaal van 1 tot 10 waar we staan op weg naar een burgeroorlog. Zijn antwoord: “Ik denk dat we op de helft zijn. Of er net overheen.”

Door doorgeslagen economisme om maar eens met Klaver te spreken, en opgehitst door de Thierry Baudet’s van deze wereld groeit de kloof. Onze Bossche Bisschop Gerard de Korte sprak daar wijze woorden over. Ik citeer: ‘Niemand van ons is een baron van Münchhausen die zich aan zijn eigen haren uit het moeras omhoog trekt. Wij kunnen onszelf niet optillen. Mensen zijn geen losse individuen die zichzelf kunnen redden. Ieder mens is een uniek persoon maar alleen in relatie met anderen kan de mens – en de samenleving- tot bloei komen.’

Hoe brengen we die gemeenschappelijke missie tot stand? Hoe verschuiven we het paradigma? En wat kunnen we lokaal betekenen in deze opgave? De grootste bijdrage die de overheid, ook de lokale, kan leveren aan een andere economische ordening zit wat mij betreft niet alleen in slimme subsidieregelingen, verduurzaming van corporatiewoningen, het stimuleren van innovatieve startups en in verdere investeringen in de circulaire economie. Ja, dat moeten we doen en ja, dat is belangrijk.

Maar de grootste opgave van politici, beleidsmakers, ondernemers, onderwijzers en u allen hier is bij alles te bedenken: dien ik hier het geluk van enkelen of van allen? Dien ik én de basis én het plafond. Want een slimme circulaire onderneming dient de samenleving pas echt als daar ook echte banen uit voortvloeien. Radicale verduurzaming van corporatiewoningen bewijst ons een dubbele dienst als niet alleen de uitstoot van C02 afneemt maar ook de woonlasten voor huurders met een kleine portemonnee door lagere energiekosten. En investeringen duurzame productie renderen pas echt als ze ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt van een fatsoenlijk inkomen voorzien.

 

Slim combineren. Want dan doen we twee dingen:

 

  1. Dan bouwen we aan verbinding;
  2. Dan investeren we in een sociale basis onder een ecologisch verantwoord plafond;

 

Beste mensen,

 

Het is honderd meter tot de andere oever van de Zuid-Willemsvaart, honderd meter naar een andere werkelijkheid. En hoe lastig dat in Den Bosch ook is gebleken, de lokale opdracht is om een échte brug te slaan. Voor een gelukkige stad voor ons allen.

Back to top of page